http://newyork.hyves.net/classifieds/
8 May, 16:06
Het is broeierig warm. De zon brandt op onze blote armen. Ik verheug me op de net aangeschafte salmiaklolly’s die in mijn tas op me wachten. We zien de internationale trein met een gevaarlijk hoge snelheid voorbij razen. De doffe klap die daar volgens ons niet bij hoort, doet onze wenkbrauwen fronzen. De stofwolk die er voor de slagbomen ontstaat, voelt dreigend.
“Wat was dat?”, vraagt Collega geschrokken.
“Wat gebeurde daar?”, zeg ik angstig.
Alsof we al weten dat er net iets ondraaglijk ergs is gebeurd, lopen we naar het spoor. Het hysterische meisje dat het spoor oversteekt, bevestigt onze bange vermoedens. Er heeft zich hier zojuist een compleet drama voltrokken. De brandende zon op mijn blote armen kan het kippenvel dat overal ontstaat niet verdrijven. Ik heb het ijskoud.
“Wat is er aan de hand?”, vraag ik tegen beter weten in aan niemand in het bijzonder. “Moeten we de politie bellen?”.
De hysterische ambulancegeluiden en het plotselinge oprukken van haastige politieagenten laten me geloven dat dat niet meer nodig is.
“Laten we gaan”, zegt Collega. Ik knik, slik en zet snel mijn zonnebril op.
“We kunnen hier niets doen”, menen we.
Ons kantoor kijkt uit op het spoor. Manager vergadert vanmiddag ergens anders. Hij wil niet uitkijken op het spoor waar het jonge meisje haar leven liet en waar hulpverleners met grote blauwe zakken langs het spoor lopen. Af en toe bukken ze, om iets in de blauwe zak te stoppen.
Het meisje wilde de trein nog even halen. Ze kroop met fiets en al onder de spoorbomen door. Nu is haar leven voorbij.
Ik kan me slecht concentreren die middag. Ik denk aan het meisje, haar zusje en de ouders die radeloos zijn van verdriet. Af en toe kijk ik naar het spoor waar de ramp zich voltrok.
Het hele bedrijf is die middag ontspoord. Door het meisje dat voor altijd jong blijft en het intens, diepe verdriet dat zij achterlaat bij haar familie en vrienden. Bij hen die van haar hielden.
Wij leven mee. Met de dood van een meisje en met de mensen die missen.
3 Mar, 11:45
Mijn ouders hebben een grote kast. Daar liggen spullen in. Van mij. Mijn moeder bewaart allemaal oude rotzooi van vroeger. Vergeelde brieven. Vergeten foto’s. Dagboeken die je liever ver wegstopt omdat daar onaardige dingen in staan over je beste vriendin.
Maar toen vond ik een boekje. Een vriendjes- en vriendinnetjesboekje van vroeger. Jongens en meisjes uit mijn klas schreven hierin wie ze waren. Welk eten ze lekker vonden. Of ze broertjes en zusjes hadden. De jongens vonden hun zusje meestal erg stom, want er stond soms bij de zusjesinvulmogelijkheid: Helaas wel. Emma.
Ik ben nieuwsgierig. Ik wil weten wat er van die mensen is geworden. Zijn de meisjes echt ‘verpleegster op de kinderafdeling’ geworden? Heeft het kleinste jongetje uit de klas nu echt ‘metselaar’ als beroep? En kregen ze kinderen?
Tegenwoordig is er een mooi middel tegen deze nieuwsgierigheid. Ik struinde wat af langs dit populaire medium. Sommige oudklasgenoten vond ik, een paar ook niet. Misschien zijn ze getrouwd en namen ze de achternaam van hun man. Dat kan. Ook Daar heb ik geen oordeel over. Ik zou het zelf nooit doen, maar daar hoort u mij niet over. Ik vind het gewoon fijn dat ik al een naam heb. En die ruil ik niet in. Voor niemand. Het zou natuurlijk ook kunnen dat de onvindbaren helemaal niks hebben met ‘dat Hyves’. Ik weet ook niet of de meiden echt verpleegster zijn geworden en de jongens metselaar. Een vraag werd luid en duidelijk beantwoord.
Ze hebben bijna allemaal kinderen. Ik bedacht me dat het mogelijk is dat hun kinderen ook onaardige dingen over hun broertjes of zusje in die boekjes gaan schrijven. En dat ze daar vijfentwintig jaar later keihard om zouden lachen, elkaar op de schouders slaand van jolijt.
Zuchtend leg ik het boekje weg. Ik moet het huis opruimen, voordat er een ontruimingsbevel van de gemeente komt. Stoppen met funinternetten en het wegzakken in jeugdsentiment. De vieze koffiekopjes van tafel, de stofzuiger door het huis en weg met die oude brieven.
Volwassen worden is stom.
6 Aug 2007, 12:30
“Goh, papa”, zegt Merel als ze haar vader voor het toilet ziet staan. Geïnteresseerd slaat ze het sanitaire tafereel gade en neemt dit vervolgens nauwlettend in zich op. Dan komt ze tot een opmerkelijke conclusie:
“Je hebt dezelfde piemel als Johan!”
Zwager was niet meteen blij met de opmerking van Dochterlief. Johan is een driejarig jongetje dat bij Merel op de KinderOpvang zit. Toch relativeerde hij het gebeuren snel.
“Misschien is Johan wel heel goed bedeeld”, zei hij dapper.
Of er is iets heel anders aan de hand.
5 Jul 2007, 15:13
Er staat een pot lolly’s op de bar. We pakken alledrie een lolly en bestellen onze drankjes.
“Mag ik jou even wat vragen?” vraagt een beschonken vrouw dan die om een onaantrekkelijke man heen hangt.
Op het moment dat ik “nee” wil zeggen, begint ze haar relaas.
“Hij daar, vindt jou een heel lekker ding.”
Een heel lekker ding? Met haar Twentse accent kan ik nog wel leven. Maar ‘een heel lekker ding’? Ik bedenk me dan dat dit niet de plaats is om haar te wijzen op haar beheersing van de Nederlandse taal. Ook niet de bedoeling, waarschijnlijk.
De onaantrekkelijke man heeft zich inmiddels omgedraaid.
“Ja, hij draait zich nu om. Maar hij is heel verleeng*. Kun je niet eem** met m praatn***?”
“Nee dank je”, zeg ik beleefd, alsof ik een proefabonnement op de Trouw afsla.. Ze kijkt me wazig aan. “Geen belangstelling.”
Op het moment dat de onaantrekkelijke man verlekkerd naar Vriendin A kijkt, krijgt De Beschonken Vrouw een agressieve blik in haar ogen. Ze wil de ogen van Vriendin A uitkrabben. Haar vingernagels één voor één uittrekken. Ze ziet niet dat Vriendin A zijn hongerige blik vol afschuw vermijdt.
Onaantrekkelijke Man kwijlt. Hij kan zijn gulzige impulsen niet meer bedwingen en pakt de lolly van Vriendin A. Voor de ogen van Beschonken Vrouw schrokt hij de lolly naar binnen. We vluchten met onze drankjes naar een andere hoek van de kroeg om een bloedbad te voorkomen.
We zijn op veilig terrein. Dat dachten we even.
“Wat kun jij mooi aan die lolly likken”, hoor ik een irritant stemmetje naast me.
“Jongetje, verzin iets origineels!” roep ik in een impuls.
Het jongetje lacht als een Twentse Boer met kiespijn. Snel zoekt hij zijn heil bij Vriendin B. “Kun jij mij helpen iets origineels te verzinnen voor haar?” probeert hij.
“Als je dat zelf niet kunt verzinnen, hoef je het bij haar niet te proberen!” krijgt hij de volgende laag munitie over zich heen.
Vriendelijk zwaaien we hem gedag.
Toch zijn er niet alleen Onaantrekkelijke Mannen, Beschonken Vrouwen en Vervelende Jongetjes. Er zijn ook Woest Aantrekkelijke Exemplaren edoch Foute Mannen. Dat wel. Foute Mannen zijn als een zak patat. Je weet dat het niet goed voor je is, maar het is af en toe wel heel erg lekker. Daarna heb je vaak spijt.
Gelukkig heb ik thuis een drie-sterren menu. Dat is niet fout, maar fraai. Niet slecht, maar stijlvol. Niet goedkoop, maar onbetaalbaar.
Ik eet liever thuis.
*verlegen
** even
***praten
25 Jun 2007, 14:51
Het wordt tijd om open kaart te spelen. Goede vrienden, mijn familie en een handjevol oude studiegenoten weten nu waarschijnlijk al wat er gaat komen. Ik wil het u, mijn trouwe webloglezers niet langer onthouden.
Ik heb een extreem kort lontje.
Ik vlieg door het dak van mijn auto als ik in de file sta en haast heb. Denk niet dat ik bij de H&M langer dan tien minuten in de rij blijf staan om te wachten tot een extreem laks en luie caissière klaar is om mij te woord te staan. Mijn bijna-aankopen komen dan weer keurig in de schappen te liggen. Ook als het cadeautjes voor mijn jarige nichtje zijn. Als de printer dienst weigert, krijg ik meedogenloze martelneigingen. Een instantie die belooft terug te bellen en deze afspraak verzaakt? Ook een omstandigheid waarin mijn gewoonlijk opgeruimde humeur tot het nulpunt zakt.
Gisteren ging ik met mijn lief naar de Vliegende Panters in het Circustheater. Een plezierige situatie waar men zich doorgaans prettig bij voelt. Een kopje koffie alvorens het evenement begint, maakt deel uit van de voorpret. Maar dat is mijn bescheiden mening. Het barpersoneel dacht daar blijkbaar anders over en negeerde ons zo natuurlijk, als waren we onzichtbaar.
Dan maar geen koffie!
Ik probeerde er echt het beste van te maken. Mijn lief en ik zochten geduldig naar onze stoelnummers *lekkere logische volgorde hier!* en daalden uiteindelijk neer op onze stoelen. Het meisje dat naast me zat, was echt heel spontaan. Ze praatte genoeglijk met iedereen die om haar heen zat. Ik weet nu waar ze woont, wat voor werk ze doet, dat ze bij Tarzan is geweest vorige week en dat ze de Vliegende Panters al heel vaak heeft gezien. De mensen achter ons gingen het gesprek met haar aan en ik hoefde gelukkig geen woord te missen van hun conversatie. Ze had een hele harde stem, zodat ik niet meer naar mijn lief hoefde te luisteren. Ik kon hem toch niet meer verstaan. Een levendig typje hoor, dat meisje. Als ze weer eens ging verzitten, schommelde mijn stoel gezellig mee. Het was ook heel fijn dat ze vantevoren al aankondigde welk stukje er zou gaan komen en wat zij daar van vond. Ik zou maar eens verrast worden, nietwaar?
Kan ik u nog wel iets vertellen over de Vliegende Panters? Natuurlijk. Aanrader. Gaan.
Want ook daarover wil ik open kaart met u spelen. Zij waren Briljant.
10 Jun 2007, 22:49
Een zestal mannen loopt richting de vergaderruimte. Druk vergaderend over de zware middag die hen te wachten staat. Vanmiddag wordt er gebrainstormd. Knopen die al lang wachtten op het moment van de bijl, worden vanmiddag zonder genade doorgehakt. Er wordt uitsluitsel gegeven en desnoods gaan er koppen rollen. Er is geen weg meer terug.
“Goedemiddag!” klinkt een vrolijke stem op het moment dat het zestal tien minuten druk in vergadering is.
“Sorry dat ik zo laat ben. De oppas belde af. Je kent het wel”, lacht de opgewekte vrouw.
Ze haalt haar baby uit de buggy en begint hem zachtjes te wiegen. Ondertussen praat ze rustig door.
“Jorrit, heb jij Vincent al gesproken over doelgericht erkennen? Dat project ligt op dit moment…”
Ze kijkt haar collega even verbaasd aan.
“Oh,” zegt ze dan als ze de checkende blik op haar kind opmerkt.
“Storm is echt wel stil hoor, vanmiddag. Ik moet hem zometeen nog even voeden en dan heb je de hele middag geen kind aan hem.”
Onverstoorbaar gaat ze verder.
“Er moet echt wat mee hoor, met dat project. Anders blijft het maar liggen. En ik zei ook al tegen Robert… ach.. stil maar. Mama weet het. Je hebt honger.”
De vrouw knoopt haar blouse los, haalt een borst uit haar bh en legt haar baby aan. De mannen aan tafel zoeken op de grond naar een pen die ze hebben laten vallen of merken dat hun veter gestrikt moet worden.
De vrouw kijkt op, herschikt met haar vrije hand een stapeltje papieren en vraagt dan:
“Maar Jorrit, heb jij Vincent nu eigenlijk al gesproken?”
30 May 2007, 12:24
"Vind jij eigenlijk dat ik een onderkin heb?”
Ze kijkt kritisch in haar make-upspiegeltje. Dan draait ze haar hoofd naar links en kijkt haar lief onzeker aan.
“Tja” mompelt hij terwijl hij op de weg tuurt om te kijken of hij de vrachtwagen voor hem kan inhalen.
“Nou?” dringt ze aan. “Vind je dat ik een onderkin heb?”
Dan maakt hij een beginnersfout.
“Dat ligt eraan wat je onder een onderkin verstaat”, zegt hij.
Ze slaat hem niet hard in zijn gezicht. Dat zou wel van ultieme geborneerdheid getuigen. Ze begint niet hysterisch te huilen. Ze roept niet dat hij het dan maar uit moet maken, als hij haar toch zo’n zwanger nijlpaard vindt. Ze zucht even en grift de gebeurtenis in haar geheugen.
Tijdens een gezellig samenzijn stipt ze het voorval weer even aan.
“Weet je wat hij laatst zei?” vraagt ze me terwijl ze met een subtiel hoofdknikje duidelijk maakt dat het om haar lief gaat.
“Nou?” doe ik nieuwsgierig. Ik verwacht een logwaardig verhaal.
Haar lief kijkt verbaasd op, zich niet realiserend wat er gaat komen. Intussen neemt hij een grote hap van de zelfgemaakte pasta. Hij kijkt er tevreden bij.
Zijdelingse opmerking: zelfgemaakte pasta met een pastamachientje is lekkerder dan deegwaren uit een supermarktzak. Wel wil ik u erop attent maken dat het hengsel waarmee men de pasta draait, ernstig letsel kan toebrengen aan onoplettende bovenarmen. Ik heb dagenlang rondgelopen met een grote blijfvanmijnlijfhuis-plek terwijl mijn lief met de nek werd aangekeken.
Vriendin maakt ons deelgenoot van het onderkindebacle.
Ik draai me meteen om naar de boekenkast en grijp naar de Dikke van Dale.
on•der•kin (de ~)
1 neerhangend vlezig deel onder de kin bij dikke mensen.
We kijken elkaar aan.
“Nee hoor”, zegt haar lief met volle mond. Dan heb jij geen onderkin.
27 May 2007, 22:37
Hij komt zelfverzekerd binnen lopen. Zijn jongste broer geeft mijn zus haar verjaardagscadeautje met veel bravoure en zegt de rest van de aanwezigen gedag.
Hij loopt intussen checkend de woonkamer binnen.
“Waarom heb jij eigenlijk een hoed op?” begroet hij mij dan.
“Tja” zeg ik. Zoekend naar een antwoord. Waarom dragen mensen hoedjes?
“Ik vind het helemaal niet mooi” deelt hij me mee. Hij gaat even met een hand door zijn donkere krullen.
“Dan zet ik ‘m wel af ”, probeer ik grappig te zijn. Ik zet meteen mijn witte hoedje af.
“O, maar nu vind ik je ook niet mooi”.
Alle aanwezigen lachen. Misschien vinden ze dat mensen in het dagelijks leven wel vaker zo direct zouden mogen zijn.
Ik zoek naar een adrem antwoord, maar hij negeert me voor dat moment.
Even later voel ik een hand op mijn rug. Ik kijk om.
“Maar dit…” hij kijkt me aan met zijn donkerbruine ogen. “Dit vind ik wel heel mooi.”
Ik ben blij dat hij het zegt, want ik ben erg trots op mijn nieuwe jurk met rode bloemen.
“Dat is erg lief van je”, zeg ik hem. In mijn ooghoeken zie ik dat mijn lief het hele tafereel gadeslaat.
Ik wil opstaan om even nieuwe koffie in te schenken. Mijn zusje loopt de hele ochtend al te rennen. Misschien is het leuk dat ze zelf ook even kan zitten.
“En dit…” hoor ik dan. Ik kijk naar beneden, voel dat er iets aan mijn ketting trekt en kijk dan recht in de twee bekende bruine ogen.
“Deze vind ik ook erg mooi.”
Gelukkig. Mijn jurk en ketting worden gewaardeerd.
Dan wissel ik even een blik met de moeder van het jochie. Flirten hoeft ze hem in ieder geval nooit meer te leren. Hij werd al geboren als charmeur.
24 May 2007, 21:12
"Het was zo gezellig gisteravond” zucht ze terwijl ze in haar thee roert waar nooit meer in zit dan thee.
“Ja?” vraagt haar vriendin enthousiast. “Wanneer zie je hem weer?”
“Dat weet ik niet” zegt ze dan ineens resoluut. “Ik heb namelijk nooit meer iets van hem gehoord.”
Ze zucht weer even en kijkt naar haar mobiel. Ze pakt hem even vast. Zag ze nu echt niet iets knipperen? Kwam er toch niet stiekem een sms’je binnen? Dramatisch legt ze haar mobiel weer naast haar kopje thee.
“Zie je wel” constateert ze. “Nooit meer iets gehoord.”
Ik vond het een fantastische ontdekking. Nooit meer iets van gehoord. Of het nu drie jaar is, zes minuten of tachtig uur…. “Nooit meer iets van gehoord”. Ik introduceerde de term eerst voorzichtig bij vrienden. Daarna binnen mijn familie en toen op mijn werk. Iedereen nam de quote over.
“Heeft die man van de thuiszorg nog contact met jou opgenomen?” vraagt mijn manager.
“Nee hoor”, deel ik mee. “Nooit meer wat van gehoord.”
“Nooit meer?” doet Manager verbaasd. “Maar je bent daar toch gisteren nog geweest?”
“Ja” leg ik uit. “En daarna heb ik nooit meer iets van hem gehoord”.
Toen ik Ashanti*, het brein achter “Nooit meer”, vroeg hoe ze bij zo’n briljante ingeving kwam, bleef ze zoals altijd heel koel en best bescheiden.
“Ach ja”, zucht ze terwijl ze haar Dior zonnebril even af zet. “Je praat eens met wat mensen. Je zet eens wat op papier. En dan komt het vanzelf bovenborrelen”.
U begrijpt het mensen, Ashanti is hier rijk mee geworden. Ze heeft patent aangevraagd en inmiddels wordt haar quote wereldwijd gebruikt. Op dit moment vliegt ze met haar privé-vliegtuig naar Baja om wat scènes op te nemen voor haar film: “Never ending fairy-tale”.
Dit najaar zou ik met haar en een aantal andere Harde Kernleden naar Disneyland gaan. Maar u begrijpt het al. Ik heb nooit meer iets van haar gehoord. Nooit meer.
* Ashanti is haar artiestennaam.
1